Mitt Romney: een Mormoons Presidentskandidaat?
William Van Wagenen
We naderen de 2008 presidentsverkiezingen en er is een Mormoons kandidaat.
Het lijkt erop dat Mitt Romney, alhoewel 'n outsider, een kans heeft om tot Amerikaans president te worden gekozen. Dat Romney misschien tot president zal worden gekozen lijkt een aantrekkelijke gedachte voor heel wat Mormonen, na een tijdperk van vervolging en vooroordeel in de lange anti-Mormoonse geschiedenis. De vervolging is tegenwoordig niet meer van gewelddadige aard, maar er is in de Amerikaanse samenleving nog heel wat verbaal geweld jegens hen te bespeuren. De verkiezing van een Mormoons president zou voor de Mormoonse kerk het aanbreken van een nieuw tijdperk betekenen en haar een plaats doen verzekeren in de Amerikaanse 'mainstream'.
De mogelijkheid dat een Mormoon de machtigste man ter wereld gaat worden, leider van de machtigste ekonomie en haar allesoverheersende militaire apparaat, schept ook de mogelijkheid dat een Mormoons president de waarden zou kunnen uitdragen zoals deze worden verwoord in de Mormoonse schriftuur: zorg voor armen en behoeftigen, naastenliefde voor vriend en vijand, het verwerpen van oorlog. Dat laatste, het verwerpen van oorlog, lijkt zeker van belang in het licht van recentelijke uitspraken van de president van de Mormoonse kerk, Gordon B. Hinckley: "Ik haat oorlog en haar hele aanstootgevende circus. ... Het is een levend, grimmig getuigenis dat Satan, de vijand van God, de vader van alle leugen, leeft. Oorlog is de hoofdoorzaak van menselijk lijden op deze aarde, de vernietiger van het leven, de aanzetter tot haat, de verspiller van aardse schatten. Het is de kostbaarste fout die de mens begaat, zijn meest tragische misstap."
Als we Mitt Romney's visie op het buitenlands beleid echter onder de loep nemen, vinden we daarin weinig terug van die meest elementaire Mormoonse waarden.
In sterk contrast met Gordon B. Hinckley's afkeer van oorlog vormt de kern van Romney's buitenlands beleid daarentegen: een toename van Amerikaans militairisme en haar oorlogsinspanning. Romney is dan vooral ook voorstander van een drastische verhoging van de Amerikaanse defensiebegroting, escalatie van de oorlog in Irak, een verder optreden tegen transnationale Islamitische militanten, en het treffen van voorbereidingen voor een militaire aanval op Iran.
Een uitspraak van Romney in de juli/aug. 2007 editie van het conservatieve blad Foreign Affairs: "Terwijl we oorlog voeren in Irak en Afghanistan, is het niveau van Amerikaanse troepenaantallen en de defensiebegroting procentueel gezien lager dan ooit sinds de Tweede Wereldoorlog", er nostalgisch aan toe voegend: " De Verenigde Staten getrooste zich enorme offers, investeerde een derde van haar ekonomische activiteit t.b.v. de Tweede Wereldoorlog."
Met zijn voorliefde voor oorlog ziet Romney de Vietnam-oorlog dan ook niet als een tragedie, in tegenstelling tot zijn vader George Romney, een conflict waarbij de Verenigde Staten een nietig agrarisch landje genadeloos bombardeerde, waarbij drie miljoen Vietnamezen om het leven kwamen. In plaats daarvan is de enige les die Romney van die schandelijke periode in de geschiedenis heeft geleerd, dat de VS haar militaire mogelijkheden na de oorlog niet had moeten verminderen, terwijl hij bovendien voormalig president Clinton verwijt in de defensiebegroting gesnoeid te hebben na de val van de Soviet Unie: "Tot tweemaal toe in de laatste decennia, na het eind van de Amerikaanse militaire betrokkenheid in Vietnam en tegen het einde van de Koude Oorlog in jaren negentig, waren de VS op gevaarlijk wijze onvoorbereid."
Romney benadrukt daarom dat "We allereerst ons aandeel in de nationale defensiebegroting moeten verhogen" met 30 tot 40 biljoen dollar per jaar om 's werelds absoluut machtigste militaire apparaat verder te uit te bouwen. Een dergelijke verhoging zou een aanvulling betekenen van het huidige jaarlijkse defensiebudget van het Pentagon van 439 biljoen dollar, alsmede de 9,8 biljoen dollar die maandelijks wordt uitgegeven om de oorlogen in Irak en Afghanistan te financieren, die tot nu toe zo'n 450 biljoen dollar hebben gekost.
Volgens Romney zijn dergelijke uitgaven noodzakelijk om het hoofd te bieden aan wat hij beschouwd als aantastingen van de nationale veiligheid van de VS, m.a.w. aantasting van Amerikaanse toegankelijkheid tot energiebronnen door uiteenlopende olie-producerende regio in de wereld, inclusief Irak, Venezuela, en Iran. De oorlog in Irak moet worden voortgezet omdat een Amerikaanse terugtrekking "ernstige risico's met zich zou meebrengen voor de VS en voor de wereld. De mogelijkheid bestaat dat Iran het Shiitische zuiden zou veroveren, Al-Qaeda het Soenietische westen en Koerdische nationalisten de grens met Turkije zouden destabiliseren.
Romney legt niet uit waarom controle van Iran over het zuiden van Irak "een ernstige bedreiging voor de VS en de wereld" zou betekenen, maar de redenen voor de Amerikaanse bezwaren zijn algemeen bekend. Het is zeker waar dat bij een Amerikaanse terugtrekking het zuiden van Irak onder grote Iraanse invloed zou komen , (dat is in feite al het geval ondanks de huidige Amerikaanse bezetting) , maar dat zou een veel natuurlijker gang van zaken zijn dan de huidige controle over de regio door de VS, i.v.m. de nauwe culturele, religieuze, en ekonomische banden tussen de Shiieten van zuidelijk Irak en de Shiieten in Iran, en ook i.v.m. de algemene antipathie voor de Verenigde Staten onder de Shiieten in Irak .
Het probleem met het Shiietische zuiden van Irak, onder evt. toekomstige controle van Iran, komt vanuit Amerikaans oogpunt niet voort uit zorg voor de mensen die er wonen, maar heeft te maken met de vrees dat een Iraans regime, al olie-rijk in eigen land, bovendien controle zou verkrijgen over het grote aantal olliebronnen in Irak, die qua omvang de tweede of derde plaats van oliereserves in de wereld vertegenwoordigen. Dit betekent een strategisch gevaar voor de VS m.b.t. de energiebronnen in de regio, met de dreiging van een oliecrisis zoals in het verleden, hetgeen Romney van groot belang acht.
Teneinde zich van de oliestroom van het Irakeese volk te verzekeren, staat Romney verdere escalatie van het conflict voor, dat momenteel per jaar zo'n 34.000 Irakezen het leven kost. Om dit te bereiken zonden de VS een aanvullende legermacht van 100.000 man naar Irak om er het grootscheepse verzet tegen de Amerikaanse militaire aanwezigheid het hoofd te bieden, verzet van zowel inheemse Shiietische militia's als van plaatselijke opstandige Soenitische groepen.
Het voeren van een aanvallende oorlog met als doel controle over buitenlandse energiebronnen, is tegenstrijdig met de leringen van het Boek van Mormon, waarin het volk van Nephi werd vermaand "nimmer het zwaard op te nemen, tenzij het tegen een vijand was en tenzij uit zelfverdediging". (Alma 48:14)
Het artikel van Romney in Foreign Affairs besteedt ook uitgebreid aandacht aan de dreiging van militante Islamitische groeperingen. Romney: "Veel mensen begrijpen nog steeds niet hoe groot het gevaar is van een radikaal Islam, in het bijzonder van de zijde van extremisten die een gewelddadige Jihad tegen de VS en de universele waarden die zij vertegenwoordigt, willen ontketenen." Wat Romney betreft is het gevaar van dergelijke extremisten "net zo groot" als destijds van Hitler en Stalin. De bewering dat de 'terroristen" ons haten voor onze "waarden" is echter achterhaald, maar getuigt wel van Romney's uitzonderlijke onwetendheid over zowel de Islam als over de Amerikaanse geschiedenis van mitilaire interventie in het Midden Oosten. Als Romney echt bezorgd zou zijn over de dreiging van militante Islamitische groeperingen, dan zou hij aandacht besteed hebben aan voorspellingen van de CIA dat een invasie in Irak de dreiging van terroristische "Jihad"-aanvallen zou doen toenemen, of aandacht hebben besteed aan een Nationaal Inlichtingen Rapport uit 2006 dat e.e.a. zo'n drie jaar na de eerste Amerikaanse aanval nog eens bevestigde. Mark Mazetti van de New York Times rapporteert dat dit rapport na gesprekken met vertegenwoordigers van de inlichtingendienst "de eenstemmige mening vertolkt van zestien afzonderlijke inlichtingendiensten van de Amerikaanse overheid" en dat het rapport aangeeft dat "de Amerikaanse invasie en bezetting van Irak heeft bijgedragen aan het kweken van een hele nieuwe generatie van Islamitisch radicalisme en dat de dreiging van terroristische aanslagen na 11 september is toegenomen." Bovendien "geven eerdere rapporten aan dat de werkwijze van de Amerikaanse regering de Jihad-beweging zou aanmoedigen; zoals het voor onbepaalde tijd vastzetten van gevangenen in Guantanamo Bay en het misbruik dat aan het licht kwam in de Abu Graib gevangenis." Romney had kunnen aandringen op een Amerikaanse terugtrekking uit Irak, alsmede sluiting van de Amerikaanse gevangenis in Guantanamo teneinde de dreiging van terreur terug te dringen. In plaats daarvan is Romney voorstander van verdere uitbreiding van de Amerikaanse aanwezigheid in Irak en is bovendien van mening dat de plannen van pres. Bush om Guantanamo na verloop van tijd te sluiten "niet de weg is die moet worden bewandeld." "Volgens mij", zo legt Romney uit in een onlangs gehouden debat, "moeten we Guantanamo verdubbelen."
Naast het verdedigen vaneen escalatie van de oorlog in Irak, met de te verwachten toename van terrorisme, heeft Romney ook aanhoudelijk aangedrongen op het beginnen van een oorlog tegen Iran i.v.m. haar pogingen om kernenergie op te wekken, waartoe zij, volgens het verdrag van 'nuclear non-proliferation' dat zij ondertekende, gerechtigd is. Het gebruik van kernenergie door Iran werd meer dan dertig jaar geleden aangeduid door de toenmalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger, toen de VS behulpzaam was bij de ontwikkeling van kernenergie programma's voor Iran. Het "introduceren van kernenergie zal de economische groei van Iran zeker ten goede komen en de aldus ongebruikte olie-reserves zullen kunnen worden aangewend t.b.v. uitvoer of t.b.v. de verwerking ervan tot petrochemische produkten.
Romney is echter van mening dat Iran's enige motief om kernwapens te verkrijgen de mogelijkheid is om volkerenmoord op de staat Israel te plegen. In een interview met ABC-News werd hij gevraagd of hij gewapend ingrijpen tegen Iran zou overwegen om te voorkomen dat deze kernwapens zou gaan produceren (en Iran's kernenergie-programma zou daarop wijzen). Romney's antwoord: "Welnu, niet niet direkt. Maar gewapend ingrijpen zal natuurlijk een mogelijkheid moeten blijven. Alle presidentskandidaten zullen u hopelijk zeggen dat militair ingrijpen altijd mogelijk zal moeten zijn in het geval van een natie die tot genocide geneigd is, en in zekere opzichten zelfs tot zelfmoord. Het was dacht ik voormalig president Rafsanjani die zei dat voor Israel slechts ÈÈn bom nodig was, dat slechts ÈÈn bom voldoende zou zijn, maar dat Iran een bom zou kunnen overleven. Dat is toch ongelooflijk! Bedoelde hij werkelijk dat je een bom voor lief neemt als je daarmee een ander volk zou kunnen uitroeien? We hebben het over een land met een angstaanjagende neiging tot genocide en om een dergelijk land kernwapens te laten produceren is onaanvaardbaar voor dit land en voor het Midden Oosten. Daarom ben ik van mening dat we geen gezellig gesprek met Iran moeten aangaan, maar de religieuze leiders en het volk duidelijk moeten maken dat de consequenties van een nucleaire ontwikkeling heel erg onaantrekkelijk zijn. Dat is de boodschap die we overal ter wereld zouden moeten uitdragen."
Romney's inschatting dat Iran tot volkerenmoord geneigd is, is gebaseerd op uitspraken van president Rafsanjani op 28 oktober 2005. "Als de Islamitische wereld net als Israel ooit eveneens met soortgelijke wapens zou zijn uitgerust, dan zal de strategie van de imperialisten een halt worden toegeroepen omdat het gebruik van slechts ÈÈn kernbom alles in Israel zal vernietigen. Zoiets zou echter de Islamitische wereld slechts ten dele schade berokkenen. Een dergelijke gang van zaken te overwegen is niet onredelijk."
M.a.w. de Islamitische wereld zou een strategisch evenwicht met de VS/Israel bereiken omdat dan beide zijden over kernwapens zouden beschikken. Dit zou een pat-stelling v.w.b. het gebruik van dergelijke wapens veroorzaken, zoals destijds tussen de VS en de Soviet Unie. De VS/Israel zouden dan verder niet in staat zijn hun wil aan Iran of aan andere Islamitische staten op te leggen, zoals nu het geval is (de VS konden in 2003 ongehinderd Irak binnenvallen, zoals Israel in 2006 ongehinderd Libanon kon binnenvallen en bombarderen) ze zouden beseffen dat dan een gewapend conflict een nucleaire reactie zou kunnen veroorzaken die vernietigend voor Israel zou zijn, een land met beperkte geografische afmetingen. Vanuit Rafsanjani's oogpunt zou een Islamitische staat met een kernwapen als afschikkingsmiddel kunnen dienen m.b.t. aggressie van de kant van de VS/Israel en de regio daardoor in feite veiliger zou kunnen maken. De omstandigheid dat de VS een machteloos Irak binnenviel, een land zonder massavernietigingswapens, maar een aanval op Noord Korea achterwege liet, een land met een heus militair afschikkingsapparaat, geeft een dergelijke benadering geloofwaardigheid. Rafsanjani laat echter nergens met zoveel woorden blijken genocide op het Joodse volk in gedachte te hebben, laat staan toe te staan dat tientallen miljoenen Moslims zouden omkomen om een dergelijk doel te bereiken.
Romney verdraait maar al te graag uitspraken van Rafsanjani om daarmee steun te vergaren voor zijn oproep tot aggressie tegen Iran, tegelijkertijd bewust voorbijgaand aan het feit dat niet de president, maar Iran's hoogstgeplaatste leider en de echte machthebber in Iran, Ayatollah Ali Khamenei, een bindende religieuze verklaring aflegde waarin word gesteld dat de produktie, het opslaan, en het gebruik van kernwapens tegen het Islamistische geloof is. Khamenei maakte ook het Iraanse standpunt duidelijk t.o.v. de staat Israel, een staat die door de veel Moslims word gezien als een rasistisch regime op Palestijns grondgebied opgericht d.m.v. het verdrijven van de meerderheid van haar inheemse Moslim en Christelijke bewoners. Khamenei: "We nemen een eerlijk en logisch standpunt in m.b.t. Palestina. Tientallen jaren geleden riep de Egyptische staatsman Gamal Abdel Nasser (populair onder de Arabische bevolking) uit dat Egypte de Joodse bezetters van Palestina de zee in zou drijven. Jaren later zei Saddam Hussein, de meest gehate Arabische leider, dat hij het Palestijnse land grotendeels in brand wilde steken; maar wij kunnen deze beide uitspraken niet goedkeuren. We zijn van mening dat, volgens onze Islamitische overtuiging, het in zee drijven van de Joden, noch het in brand steken van het Palestijnse land, logisch en redelijk is. Het is onze positie dat het Palestijnse volk haar rechten moet terugkrijgen. Palestina is van de Palestijnen en de toekomst van Palestina zal moeten worden bepaald door het Palestijnse volk.
Palestina is een maatstaf om de geloofwaardigheid te toetsen van degenen die beweren democratie en mensenrechten te bevorderen. De Islamitische Republiek Iran bood een eerlijke en logische oplossing voor de situatie. We stelden voor dat alle oorspronkelijke Palestijnen, of het nu Moslims, Christenen, of Joden betreft, in staat zouden moeten worden gesteld deel te nemen aan een algemeen referendum onder internationaal toezicht om een Palestijns bestuur te kiezen.
Huidig Iraans president Ahmadinejad, vaak beschuldigd dat hij er op uit is "Israel van de kaart te willen vegen" met behulp van kernwapens, verklaarde in een interview met Time Magazine: "We zijn tegen kernwapens. Volgens ons zijn ze uitsluitend ontworpen om menselijke wezens te doden. Ze zijn niet dienstbaar aan de mensheid. In mijn toespraak vorig jaar voor de Algemene Vergadering van de VN stelde ik dan ook voor dat er een comite zou moeten worden opgericht met als doel alle landen die kernwapens bezitten te ontwapenen... We zijn duidelijk over onze positie aangaande de Palestijnse kwestie: we stellen dat dit een natie is die uit eigen land is verdreven, door degenen die niet de oorspronkelijke bevolking uitmaakten, en uit alle uithoeken der aarde kwamen om hun huizen te bewonen. We stellen voor dat de vijf miljoen Palestijnse vluchtelingen naar huis komen en dat vervolgens de gehele bevolking een referendum houdt en hun eigen bestuursvorm gaat kiezen, een democratische en populaire aanpak. Heeft u misschien andere voorstellen?"
Omdat er meer Palestijnse Moslims en Christenen zijn dan Israelische Joden, zou een referendum dat alle bewoners van zowel Israel als het door Israel bezette Palestina hun eigen bestuursvorm zou laten kiezen, leiden tot de transformatie van de "Joodse staat", waar momenteel word gediscrimineerd op basis van godsdienst en bevolkingsgroep, in ÈÈn staat voor al haar burgers zoals de Verenigde Staten. Ahmadinejad is dus voorstander van democratie in Israel/Palestina op basis van ÈÈn natie, iets dat zelfs veel niet-Zionistische Joden voorstaan, zoals bijv. de Israelitische wetenschapper Uri Davis. Het Iraanse voorstel komt overeen met de transformatie die plaats vond in Zuid Afrika na de Apartheid, waar de blanke regering uiteindelijk de macht overdroeg en zwarte Zuid Afrikanen gelijke rechten toekende, inclusief het stemrecht, of toen de regering van de VS uiteindelijk gelijke rechten toekende aan zwarten en de oorspronkelijke indiaanse bevolking. Men kan van mening verschillen over de betekenis en mate van rechtvaardigheid van "ÈÈn staat" als oplossing voor het Israel/Palestina conflict, maar om te stellen dat het Iraans leiderschap genocide op Israel wil plegen, zou net zo iets zijn als te beweren dat Nelson Mandela destijds genocide op het oog had in zijn strijd tegen Zuid Afrika's blanke minderheidsbewind.
Ahmadinejad, in een artikel in de New York Times, beweert er niet dat Israel "van de kaart moet worden geveegd", maar dat "de bezettingsmacht van de kaart moet worden geveegd", daarbij duidelijk doelend op een andere regering i.p.v. de vernietiging van een hele natie en volk. Een dergelijke opstelling komt overeen met die van het streven van de VS om een andere regering in Iran te bewerkstelligen, met dit verschil, dat de VS duidelijk heeft gemaakt daarbij militair ingrijpen niet uit te sluiten, terwijl Ahmadinejad daarentegen een geweldloze verandering van regime in Israel voorstaat middels een democratisch referendum. Dat Ahmadinejad geen tweede holocaust tegen de Joden teweeg wil brengen moge blijken uit zijn uitspraken in hetzelfde artikel waarin hij de ondergang van Iran's voormalige regime onder de pro-westerse Shah, vergelijkt met de in zijn ogen wenselijke ondergang van het huidige Israelische regime dat over miljoenen Palestijnen heerst d.m.v. een militair dictatoriaal regime. Immers, de val van het pro-Amerikaanse regime van de Shah en het oprichten van de Islamitische Republiek kwam niet tot stand door het Iraanse volk uit te roeien. En verder: er wonen zo'n 20.000 Joden in Iran, en er is een afgevaardigde in het parlament. Als het Iraanse leiderschap soortgelijke plannen als Hitler destijds had, dan zouden de Iraanse Joden al lang ter dood zijn gebracht.
Alhoewel er weinig reden is om de zo op het oog gematigde uitspraken van het Iraans leiderschap te vertrouwen, net zo min als die van de leiders in de VS, zou het toch alleszins redelijk zijn om van Romney te verlangen dat hij ten minste enig bewijs levert dat verder gaat dan uit hun verband getrokken, verdraaide, uitspraken, om zijn beweringen te staven dat een natie watertandend uit is op volkerenmoord. Dit is des te belangrijker omdat dergelijke beschuldigingen door Romney en anderen, de voorbode zou kunnen zijn van een aanval van de VS op Iran 'uit voorzorg', met alle dood en vernietiging die daarmee gepaard zal gaan, en Romney zinspeelt duidelijk op een dergelijk dreigement. Het lijkt er op dat Romney net zo weinig bewijs voor Iran als bedreiging nodig acht, en het te bombarderen en mogelijkerwijs binnen te vallen, als destijds Hitler toen deze verklaarde dat Tsjechoslowakije "een dolk gericht op het hart van Duitsland" was en dat daarom "uit voorzorg" een dergelijke bedreiging moest worden uitgeroeid. Hitler's werkwijze van het binnenvallen van Tsjechoslowakije en andere buurlanden in Europa "uit voorzorg" werd na de Tweede Wereldoorlog tijdens het Neuremburg-proces aangeduid als een misdaad, de "aggressie", waarvan " zij als ernstigste internationale misdaad, zich alleen daarin van andere oorlogsmisdaden onderscheidde, dat zij een opeenhoping van soortgelijk kwaad in haar vertegenwoordigt."
De pogingen van Romney om het Amerikaanse publiek aan te zetten tot een oorlog van aggressie tegen een land dat hen nimmer aanviel, in het kader van zijn presidents-campagne, doet niet alleen denken aan de misdaden van Hitler, maar ook aan die van Amalickiah, de beruchte koning van de Lamanieten waarover werd geschreven in het Boek van Mormon: "hij begon de Lamanieten tegen het volk van Nephi op te hitsen; ja, hij stelde mannen aan, om de Lamanieten van hun torens af toe te spreken, tegen de Nephieten. En aldus stookte hij hen op tegen de Nephieten ... Hiertoe had hij zijn plan ten uitvoer gebracht, want hij had het hart der Lamanieten verstokt en hun verstand verblind, en hen zodanig tot toorn opgehitst, dat hij een talrijke menigte had bijeengebracht om tegen de Nephieten ten strijde te trekken." (Alma 48:1-3)
Dergelijke pogingen van Romney om het Amerikaanse volk tot geweld op te stoken, "en hen zodanig tot toorn op te hitsen", komen we ook elders in het Boek van Mormon tegen. Jezus Christus die uit de hemel nederdaalde teneinde zijn verrezen lichaam aan het volk van Nephi te tonen op het Amerikaanse continent, onderwees: "Hij die de geest van twisten heeft, is niet van mij, maar is van de duivel, die de vader van twisten is, en hij hitst het hart der mensen op om in toorn met elkander te twisten. Ziet, het is niet Mijn leer om het hart der mensen tot toorn tegen elkander op te hitsen; maar dit is Mijn leer, dat zulke dingen zullen worden weggedaan." (III Nephi 11:28-30)
Romney's lidmaatschap van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is een veelbesproken onderwerp i.v.m. zijn kandidaatstelling voor president. Zijn grote bereidwilligheid tot oorlog is in tegenspraak met veel van de beginselen van het Mormonisme; door zo enorm veel in oorlog te investeren gaat het moeilijk worden voor Romney om zich te richten op armoedebestrijding in zowel de VS als daar buiten, doch dit is elementair in de Mormoonse theologie. Ten gevolge daarvan zou het wel eens zo kunnen zijn dat Romney's geloofsgenoten daardoor gaan kijken naar kandidaten buiten de Mormoonse geloofsgemeenschap, kandidaten als Dennis Kucinich of Ron Paul, ten einde iemand te vinden die het het land zou kunnen besturen op een wijze die de goedkeuring kan dragen van onze Heer en Heiland Jezus Christus.